Bullmastiff Rasstandaard

Het korrekte type is vastgelegd in de standaard van het ras. De rastypischheid bestaat uit een aantal lichamelijke eigenschappen die het ras kenmerken. De rastypischheid is de basis die noodzakelijk is voor een raszuivere hond.
Om in staat te zijn de Bullmastiff in een oogopslag te kunnen onderscheiden van andere rassen, moet de hond opvallende en kenmerkende eigenschappen hebben.
De omschrijving van een Bullmastiff ligt vast. Voor het fokken van raszuivere Bullmastiffs is dus geen inventiviteit nodig. Fokken is alleen het oppakken van de draden van het genetische kleed dat is gewoven door vroegere fokkers. Elke fokker moet fokken volgens de bestaande standaard. De uitleg van de standaard door de fokker geeft de verschillen aan in elke lijn, maar uiteindelijk zal in een ideale situatie elke hond van het ras meer op de andere moeten lijken, dan er verschillen mogen zijn. Dit is de uniformiteit, de eensluidendheid van het rastype.

FCI-Standard N° 157

LAND VAN HERKOMST: Groot Brittannië.

DATUM VAN PUBLICATIE VAN DE ORIGINELE GELDENDE STANDAARD: 13.10.2010.

VERTALING: Bullmastiff Club Nederland, 2010

GEBRUIKSDOEL: Waakhond.

CLASSIFICATIE F.C.I.: Groep 2 Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden
Section 2.1 Molossoide rassen, Mastiff type.
Zonder werkproeven

ALGEMEEN VOORKOMEN:
Krachtig gebouwd, symmetrisch, veel kracht tonend, maar niet lomp, evenredig en actief.

GEDRAG / TEMPERAMENT:
Krachtig, met veel uithoudingsvermogen, actief en betrouwbaar. Levendig, alert en trouw.

HOOFD:
Breed en diep

SCHEDEL:
Schedel: Schedel groot en vierkant vanuit elke hoek bekeken, met plooivorming als hij alert is maar niet in rust. De omvang van de schedel mag gelijk zijn aan de hoogte van de hond gemeten aan de schoft.
Stop: geaccentueerd.

GEZICHT:
Neus: De neus moet breed zijn, met wijd geopende neusgaten; vlak noch puntig, noch opwaarts gebogen.
Voorsnuit: Voorsnuit kort; de afstand van de neuspunt tot de stop moet bij benadering een derde zijn van neuspunt tot het midden van de occiput, breed onder de ogen en met behoud van nagenoeg dezelfde breedte tot het einde van de neus; stomp en vierkant daarbij een rechte hoek vormend met de bovenlijn van het gezicht en tegelijkertijd in proportie met de schedel.
Lippen: Lippen niet overhangend, nooit hangend beneden de lijn van de onderkaak
Kaken/Tanden: Onderkaak breed tot het einde. Tanggebit is gewenst, een lichte ondervoorbeet is toegestaan maar niet gewenst. Hoektanden groot en ver uit elkaar geplaatst. Overige tanden sterk, recht en goed geplaatst.
Wangen: Goed gevuld
Ogen: Donker of hazelnootkleurig, van middelmatige grootte, zover uit elkaar geplaatst als de breedte van de voorsnuit met daar tussen een voorhoofdsgroef. Lichte of gele ogen zeer ongewenst.
Oren: V-vormig naar achteren gevouwen, breed en hoog aangezet, vlak met de occiput daarbij een vierkante indruk aan de schedel gevend wat van het grootste belang is. Klein en dieper van kleur dan het lichaam. De punt van het oor is gelijk aan de hoogte van het oog wanneer de hond alert is. ‘Roze oor’ zeer ongewenst.

HALS:
Goed gebogen, van middelmatige lengte, zeer gespierd en van bijna dezelfde omtrek als de omvang van de schedel

LICHAAM:
Rug: Rug kort en recht, wat de hond een compacte indruk geeft, doch nooit zo kort dat het hinderlijk wordt bij de beweging. Karperruggen en doorgezakte ruggen hoogst ongewenst.
Lendenen: De lendenen zijn breed en gespierd met behoorlijk diepe flanken.
Borst: Borst breed en diep, diep geplaatst tussen de voorbenen, met diepe voorborst.

STAART:
Hoog aangezet, sterk aan de aanzet en smal uitlopend, reikt tot aan de hak, recht of gebogen, maar nooit hoog gedragen. Knikstaart zeer ongewenst.

LEDEMATEN:
Voorhand: Voorbenen sterk en recht, met veel bone, breed geplaatst zodat een recht front wordt getoond.
Schouders: Schouders gespierd, aflopend en krachtig maar niet beladen.
Middenvoet: Middenvoet recht en sterk
Achterhand: Achterbenen sterk en gespierd.
Onderbeen: Goed ontwikkelde onderbenen, kracht en activiteit uitstralend maar nooit plomp.
Hak: Hak licht gebogen. Koehakkig is zeer ongewenst.
Voeten: Goed gebogen, kattevoet met gebogen tenen en harde teenkussens. Donkere nagels gewenst. Spreidtenen zeer ongewenst.

GANGWERK / BEWEGING:
Beweging straalt kracht en vastberadenheid uit. Tijdens het lopen mogen voor- en achterbenen elkaar niet kruisen of raken, het rechter voor- en het linker achterbeen worden gelijktijdig geheven en geplaatst. Een vaste ruglijn gecombineerd met krachtige stuwing van de achterbenen tonen een gebalanceerd en harmonieus gangwerk.

VACHT:
Beharing: Kort en stevig, weerbestendig, vlak aanliggend. Lange, zijdeachtige of wollige vacht zeer ongewenst.

Kleur: Elke tint van gestroomd, zandkleur of rood; de kleur is zuiver en egaal. Een kleine witte borstmarkering is toegestaan. Andere witte markeringen ongewenst. Zwart masker is essentieel, vervagend richting de ogen, met donkere markeringen rond de ogen, dit bijdragend aan de expressie.

FORMAAT EN GEWICHT:
Schofthoogte: Reuen 64 – 69 cm.
Teven 61 – 66 cm.
Gewicht: Reuen 50 – 59 kg.
Teven 41 – 50 kg.

FOUTEN:
Elke afwijking van de voorgaande punten moet worden beschouwd als een fout en de mate waarin de fout wordt beoordeeld moet in gelijke verhouding staan tot zijn ernst en de effecten daarvan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Elke hond die duidelijke fysieke- of gedragsafwijkingen vertoond moet worden gediskwalificeerd.

N.B.: Reuen moeten twee ogenschijnlijk normaal ingedaalde testikels hebben, volledig ingedaald in het scrotum.

 

Ga naar boven